De 1e generaties Bos

I) Jan Derks Bosch (?)  + Fennegjen (Fenna) Wijndels (Delfzijl 22-9-1776)

Schipper Jan is van beroep vermoedelijk kustvaarder en heeft met zijn gezin onder andere als standplaats Rendsburg, dat destijds nog bij Denemarken hoorde. Fenna is zelf schippersdochter. Haar ouders voeren echter op de Eems en Dollard tussen Emden (Duitsland en Groningen stad.  In Rendsburg wordt in 1810 hun zoon Tonnis/Teunis geboren.  Vader Jan komt vermoedelijk voor 1828 te overlijden. In de volkstelling van Groningen vinden we zoon Teunis met Moeder Fenna terug in de Jobsgang, een steegje aan de Hoekstraat vlakbij de Noorderhaven. Fenna werkt er als werkvrouw.

 II) Teunis Bos (Rendsburg 9-4-1810) + Thomasje van Joost (Labuha, Bacan, Molukken 11-12-1833)

 Teunis  werkt tot 1832 in Groningen als zeilmaker bij zijn oom Hindrik Wijndels, voordat hij zich vrijwillig aanmeldt bij het leger dat hem in 1848 uiteindelijk naar Nederlands-Indië brengt. In 1860 wordt hij uitgezonden naar de Molukken waar hij in 1862 te Amboina vader wordt van een zoon. . Moeder Thomasje is afkomstig van de familie van Joost van het naburige eiland Bacan in het plaatsje Labuha. In 1864 zwaait Teunis af te Bacan 
                         

 III) Theodorus Wilhelmus Bos (Amboina 22-4-1862) + Markamah /Oma Bos  (Malang ± 1890)

Theodorus wordt als kind van 7 van de Molukken naar het Korps pupillen op Java gestuurd. Na 10 jaar opleiding verplicht hij zich tot een 10 jarig dienstverband bij de Genietroepen te Willem I (bij Ambarawa). Als voorbereiding op de expeditie naar Lombok, brengt een deel van deze Genietroepen hem in 1892 in Malang,  waar hij datzelfde jaar nog afzwaait. Eenmaal gevestigd in Malang werkt hij oa voor de Malangse stoomtrammaatschappij waar hij in de jaren 1908 en 1909 de rol van hoofdopzichter weg & werken vervulde.   

                                           

 

De naam Bos(ch)

De familienaam Bos behoort tot een van de meer voorkomende achternamen in Nederland.  Volgens de Nederlandse familienamenbank telt Nederland in 1947 23.880 naamdragers. In 2007 is dat aantal opgelopen tot 35402 naamdragers. Noord Holland en Groningen voeren hierin de boventoon. Als herkomst van deze achternaam is naast patroniem ook een woonplaatsaanduiding van toepassing.  Onze familie Bos vind zijn roots voor zover bekend rondom de provincie Groningen en heeft zijn familienaam misschien wel te danken aan het voormalig eiland 'Bos', dat ooit heeft gelegen tussen de Waddeneilanden Schiermonnikoog en Rottumeroog. Dit eiland behoorde tot 1530 tot het klooster van Aduard en verdween grotendeels tijdens de Allerheiligenvloed in 1570. De rest verdween voorgoed door de Kerstvloed van 1717. 

Jan Derks Bosch & Fennegjen Wijndels

De oudst bekende Bos voorouder staat vermeld in de trouwarchieven van de stad Delfzijl. Op 4 april 1802 huwt Jan Derks Bosch, jongman uit Appingedam Fennegen Wijndelts uit Delfzijl.  Fennegen is een dochter van beurtschipper Tonnis Willems Wijndels en  Jantien Houwink. Tonnis was weduwnaar van Syben Christoffer. Zij hadden een zoon genaamd Willem. Met Jantien krijgt hij nog 3 zoons en 3 dochters. Fennegen is de een na jongste.  Van Jan Derks Bosch is helaas niets bekend. Jan en Fennegen verdienden hun geld waarschijnlijk als schippers. Het is niet bekend of zij zelf een schip bezaten, of dat zij met een schipper meevoeren. Het gaat hier waarschijnlijk om een kleine kustvaarder.

Als eerste vind ik in de begraafregisters van Delfzijl een overlijdensakte van Fenna van 18 juni 1842. De aangifte wordt gedaan door Elias Martens Strengholt, touwslager van beroep, dan 23 jaar oud en bijna twee jaar getrouwd met Hillegijn van der Veen, en Geert Martens Hamming van beroep Korenmaler, dan 54 jaar oud en getrouwd met Trijntje Ibelings Mulder. Fenna is dan 63 jaar. De akte vermeldt dat Fenna in die tijd baker ofwel vroedvrouw was van beroep. Ze was de weduwe van Jan Bos en dochter van wijlen veerman Tonnis Wijndels en Jantien Houwink. Fenna overleed die dag om zes uur in de avond.  Ik zoek uiteraard door en vindt een huwelijk. Op 4 april 1802 verbinden Jan Derks Bosch en Fennegjen Wijndels zich in de echt. Fennegjen komt uit Delfzijl. Jan komt van Appingedam. Wat erg jammer is, is de afwezigheid van een huwelijkscontract. Meestal worden de getuigen hierbij genoemd. Van Fennigjen vind ik later een geboorte akte. Ze is gedoopt in Delfzijl op 22 september 1776 en de dochter van beurtschipper Teunis Willems Wijndels en Jantjen Houwinck. Die van Jan heb ik nooit gevonden. In de volkstelling van Groningen stad van 1830 vind ik Fenna en haar zoon Teunis terug. Fenna blijkt dan al weduwe. Ze betrekken een woning op het huisnummer 173 in de wijk Achter de Muur, zoals de hele wijk achter de oorspronkelijke stadsmuren werd genoemd. Het betreft de Jobsgang, achter de Noorderhaven.  Er wonen 6 personen op dit nummer. Fenna is werkvrouw op de kade, waar haar broer Hindrik Wijndels Havenmeester is. Zoon Teunis werkt op de Noorderhaven als zeilmaker, waarvan diezelfde Hindrik Wijndels eigenaar is. Bij geboorteplaats staat Denemarken vermeld. Teunis is 18 jaar.  Fenna en Teunis delen het huis met Saartje de Vries en waarschijnlijk haar 3 jonge kinderen.  Onder een fragment uit de volkstelling van Groningen uit 1830.

Bron:

1399 Gemeentebestuur van Groningen (1), 1816 - 1916
Inventaris
2. Stukken en series betreffende afzonderlijke onderwerpen
2.2. Uitvoering van taken
2.2.02. Openbare orde
2.2.02.6. Bevolking

6539-6541 Bevolkingsregister, register van de eerste tienjarige volkstelling, alfabetisch naar afdeling en in volgorde van huisnummer ingedeeld onder vermelding van de betreffende straatnaam, met in het eerste deel bevolkingsstatistieken per 1 jan. 1830 A en B, 1830

6540 Afdeling H-P    (1399_06540_0074.jpg)

 

Jan Derks Bosch moet dus, als Teunis de jongste telg is, tussen 1810 en 1828 zijn overleden. Gezien de naamgeving lijkt het aannemelijk dat Teunis een oudere broer moet hebben gehad met waarschijnlijk de naam Derk, gezien de patroniem van zijn vader. Via ancestry.com vind ik een Derck Jans Bos, overleden in Rendsburg op 13 april 1806.  De tekst is lastig leesbaar maar met wat hulp via stamboomforum komt er wel wat zinnigs uit. Het begint met de naam  Derck Jans, en dan de volgende zin ein Sohn eines Schiffers en vervolgens de naam Jan Dercs Bos aus Emden in Holland, daarna moet er staan und dessen Ehefrau en dan volgt een onleesbare naam waar van we maken Venna; de zin sluit af met alt 8 Tage.  

Er zullen in de acht jaar na het huwelijk wellicht ook dochters kunnen zijn geboren. Dit  is helaas lastig terug te vinden. Wat ik in totaal opmaak is dat ik te maken heb met een schippersgezin.  De kinderen uit dit gezin kunnen in principe bij elke haven die zij bezochten zijn gedoopt. Zij deden in ieder geval Appingedam,/Delfzijl, Embden en Rendsburg aan. Wellicht waren zij kustvaarders met Rendsburg als eindbestemming. Maar misschien deden zij ook wel de havens van Hamburg en Kiel aan.  Op basis van patroniem kom ik in ieder geval tot de volgende gezinssamenstelling:

 

Derk Bos + ? Tonnis Wijndels Jantien Houwink (Grootouders)

Jan Derks Bos + Fennegijn Wijndels huwelijk 04-04-1802 (Ouders)
0. ? 1802
1. ? Bos 1804
2. Derk Jans Bos 5 april 1806
3. Jantje Jans Bos ? 1808
4. Tonnis Bos 9 april 1810

 

Het gezin Bos voer onder andere op het toen nog Deense stadje Rendsburg.  Hoe kwamen zij daar? Waarschijnlijk voeren zij langs de Waddeneilanden richting de Deense kust en namen bij het stadje Tonning, de rivier de Eider, met een zijtak richting het Eider kanaal. Vanaf Rendsburg kon via het Eider kanaal de Oostzee worden bereikt. Het Eider kanaal was in 1784 bijna 30 meter breed en 3 meter diep,  geschikt voor schepen tot 3 ton. De grote schepen voeren om Denemarken heen en kwamen via de Sont in de Oostzee terecht. De Groningse kustvaarders vervoerden voornamelijk turf uit de Veenkoloniën naar bestemming, en namen op de terugweg hout en andere waren mee. Rendsburg wordt in vooral de 19e eeuw naast Deense schippers, door veel schippers uit de Nederlanden aangedaan. Men had er contactpersonen die  de zaken behartigde van vele schippers. Sinds 1809 werd er officieel een consulent aangesteld.  Meest recentelijk werd deze functie ingevuld door de wijnhandelaar en reder Johann Valentin Stintzing, die vervolgens in 1809 werd aangesteld als de eerste ereconsul in Rendsburg. In het verleden was de taak van de consul niet alleen om voor de schepen te zorgen, maar ook om administratieve taken uit te voeren, zoals het afgeven van paspoorten (Bron: Quelle: https://www.shz.de/740756

Op de volgende figuur, een krantenbericht uit 1802. Het betreft hier een notificatie van de Zeeraad der Bataafse Republiek aan alle schippers over de benoeming van de nieuwe Commissaris der Bataafse Republiek te Rendsburg, J.V. Stintzing. 

Overlijdensakte Fenna, huwelijksakte Jan en Fennegen en geboorte akte Fennegijn  (Bron www.allegroningers.nl),

In 1807 heerste Napoleon over Europa. Van de neutrale landen was Denemarken er een. Zowel de Engelsen als de Fransen probeerden de neutrale landen aan hun zijde te krijgen. Ging dat niet goedschiks, dan kwaadschiks. De Engelsen eisten dat Denemarken de handel met Frankrijk zou staken. Denemarken weigerde dit omdat het bang was zijn neutraliteit op te geven. Engeland verdachte Denemarken er hierdoor van de kant van de Fransen te kiezen. met als gevolg een bombardement op Kopenhagen door de Engelsen, die als buit de Deense oorlogsvloot meenamen, die ontmanteld in de haven van Kopenhagen lag om aan te tonen dat zij onpartijdig waren in het grote Europese conflict.  In november 1810 werden door de Deense koning 3 ordonnanties uitgevaardigd om Engelse koopwaar te ontsluiten van de handel. De tweede ordonnantie beschrijft het uitdrukkelijke verbod op de invoer van Engelse goederen, die bij aanhouding direct moeten worden verbrand. Het derde beschrijft dat alle Engelse fabrieksgoederen moeten worden aangehouden en naar de vesting Rendsburg moeten worden gebracht waar ze onder sequestratie (in bewaring) zullen worden gehouden. In 1813 wordt de oorlog met Zweden verklaard. Zevenduizend Fransen schieten de Nederlandse hulptroepen in Denemarken te hulp om de vestingen Gluckstad en Rendsburg te verdedigen tegen de Engelsen. Aanmerkelijke konvooien, geëscorteerd door Engelsen oorlogsschepen, passeren de Sont en de Grote Belt. Zestien Engelse oorlogsschepen bevinden zich in het Kattegat, ieder op een mijl afstand van elkaar. Intussen zijn de vredesonderhandelingen tussen de geallieerden en de Fransen begonnen. De geallieerden eisen hierin van Denemarken 30.000 man om met hen tegen de Fransen te dienen. Op 15 december 1813 sluit de kroonprins van Zweden een wapenstilstand met het Deense hof te Rendsburg.  Het jaar 1814 begint met een aankondiging van die wapenstilstand, maar twintig dagen later blijken de Denen niet over de brug te willen komen met de eisen. De blokkade van Rendsburg is begonnen, de voorposten trekken zich terug onder de kanonnen. Van een strijd komt het gelukkig niet meer. Dit geeft een idee over het wel en wee in de Oostzee vlak na de eeuwwisseling.  

 

Fragment van een schilderij van Ludolf Bakhuyzen uit 1697, kustgezicht met Tjalk. 

 

 

Tonnis Willems Wijndels & Jantien Houwink

Delfzijl 1734

Derck en Teunis' andere grootvader was een beurtschipper en winkelier op Groningen - Emden. Hij was een zoon van Willem Arents (Zoon van Arent Ottes), die hij beroepshalve in de voetsporen volgde, en Fennigjen Jans. Tonnis is geboren op 3 oktober 1734 te Delfzijl als jongste van zes kinderen.  Op 6 maart 1760 treedt Tonnis in het huwelijk met Syben Stoffers. Hiervan is een huwelijkscontract dat de volgende familierelaties vermeld:

Bruid
Sijben Christoffers
Bruidegom
Tonnijs Willems Wijndelts

Bruids zijde
Christoffer Jans - vader
Geertjen Wierts - moeder
Peter Willes - aangetrouwde oom
Hans Niens - aangetrouwde oom
Aaltjen Derks - nicht
Jan Jans - halve neef

Bruidegoms zijde
Fennigjen Jans - moeder, weduwe van Willem Arents
Willem Arents - overleden vader
Marten Waalkes - zwager, e.v. Hilligjen Willems Wijndelts
Hilligjen Willems Wijndelts - zuster
Arent Willems Wijndelts - broer, e.v. Jantjen Peters
Jantjen Peters - aangetrouwde zuster
Jurjen Bonnes - aangetrouwde neef, e.v. Aaltjen Albartus Blink
Aaltjen Albartus Blink - nicht
Jantjen Jans - aangetrouwde nicht, e.v. Feere Gerrits
Feere Gerrits - neef

Het echtpaar bevalt van een zoon genaamd Willem Tonnis.  Helaas overlijdt hij in 1762 . In dat zelfde jaar bevalt Syben opnieuw van een zoon. Hij wordt gedoopt op 26 september en krijgt de naam Willem, naar Willems vader. Tonnis en Syben zijn trouwe lidmaten van de kerk. Tonnis wordt genoemd in in de lidmaten van 1765:
Den 31 Maart het heilig Avontmaal gehouden. 
En zijn met kerkelijke attestatiën van Groningen als Ledematen bij ons

aangekomen,
Zwaantje Egberts, en Jan Hindrik Dalmeulen.
En van de Grave, Susanna van der Beek.
Op de belijdenis des geloofs zijn tot Ledematen aangenomen,
Johannes Heidema, Commies alhier;
Peter Nannes; en
Tonnis Willems Wijndels.

Na de volgende bevalling gaat het mis. Moeder Syben bevalt van een dochter dat op 18 januari 1767 wordt gedoopt en genaamd Geertje, naar de moeder van Syben.  Het kind overlijdt al gauw. Op 13 februari 1767 sterft ook moeder Sijben. Er wordt een boedelscheiding opgemaakt dat is terug te vinden in archief 733 Gerechten in Fivelingo, 1560 - 1811 ( Groninger Archieven ) Inventarisnummer 89, met de titel 'Tonnis Wijndels, textielkoopman, reder en winkelier, en zijn vrouw Sijben 94'. Het betreft de inventaris van de goederen, alg de C: Tonnis Wijndels met zijn overledene huisvrouw wijlen Sijben Christoffers mandelig (vorm van gebonden mede-eigendom) heeft geprofiteert en door erft genoemde ter afhandelinge van zijn kind bij gemel(d)te Sijben Christoffers in egte verwekt is overgegeven als volgt,   Wat dan eerst volgt is een opsomming van de vaste goederen.  

 

Vaste Goederen,

Een schip wordende door hem zelfs bewoond en getaxeerd op ƒ1400,-

Twee Everveeren, van lijn op Emden, getaxeert op ƒ1000,-

Een schip getaxeert op ƒ1200,-

2 zitplaatsen in de kerk alhijro getaxeert op ƒ35,-

 

3/16 part in een schip getaxeert op ƒ400,-

het boekswaar ƒ1500,-

Contanten ƒ100

60 loot silver a 29St. ƒ72,-7,-

(totaal) ƒ5707,-

Vervolgens worden de mobiele goederen genoemd. Dit is interessant, omdat het een beschrijving geeft van het schip waar Tonnis en Syben met hun zoon Willem  in woonden. Wat in de lijst ontbreekt zijn kachels. Wellicht maken ze deel uit van het schip. Er worden wel schoorsteenmantels genoemd. Schepen werden ook voorzien van haarden met tegels.Er werd in ieder geval gestookt. Ondanks dat kon het aan boord van een schip erg koud zijn:

 

Mobile goederen,

Een bed met zijn toebehoor ƒ50,-

1 klok, 1 spiegel, ƒ21,-

Schotels en glazen op de bossum (schoorsteenmantel)
en rim (richel/rand om schotels op te zetten) ƒ4,-

1 blikken tromke, 2 tavels ƒ2,-

en 6 stoelen ƒ1,-

In de Tinkast,

4 coffijpotten ƒ10,-

8 tinnen schotels a 25 Stuifs. ƒ10,-

1 dozijn tinnen borden ƒ5,-

1 waterpodt 1 schenkketel en 1 pulle ƒ4,-

1 mostertpot, 3 candelaars, 1 peper doos en soup kop ƒ5,-

Een coperen keteltie, twee teebussen, 1 confoor ƒ2,-

Messen en vorken ƒ2,-

Een rekje met borden ƒ,2-

3 tinnen borden, en 2 lampen ƒ3,-

(totaal) ƒ122,-

In de kelder

In de kelder 2 coperen ketels en een teeketel ƒ10,-

2 cooperen pannen, 1 gortpan en 1 staker ƒ10,-

2 ijzeren potten ƒ2,-

 

Voorcamer

Een bed met zijn toebehoor ƒ50,-

Een spiegeltie, 4 stoelen en 2 schilderien ƒ2,-

 

middel camer

1 bed met zijn toebehoor ƒ20,-

1 kleerkast ƒ4,-

2 stoelen ƒ1,-

Agter camer

1 kabinet met stelsel ƒ14,-

1 spiegel tavel en spiegels ƒ14,-

2 tavels ƒ13,-

7 stoelen en 6 cussens ƒ16,-

1 groote bijbel ƒ6,-

Een porcelein kast met porcelein ƒ20,-

(totaal) ƒ183,-

Schotels en glazen op de rim en bossum ƒ6,-

6 schilderijen ƒ6,-

2 tee blaadjes ƒ3,-

1 bed met zijn toebehoor ƒ60,-

2 paar gordijnen ƒ12,-

4 stoelen en 4 bedcussens ƒ20,-

In de gang en trappen,

2 rekjes met borden ƒ4,-

6 stoven en korven ƒ2,-

1 ket 1 pannekoekspan en 1 pangrijperƒ2,-

Torf en gout ƒ5,-

 

Linnengoed

24 bovenlakens ƒ48,-

18 onderlakens ƒ18,-

3 tavellakens en een dozijn servetten ƒ10,-

10 paar cussen lakens ƒ12,-

3 puil lakens ƒ4,-

 

Lakenwinkel:

lakens, bajen, damasten, Catoenen, Engelse zitjen, Broek Strujren, Witte linnen, Oostindische rode doeken, Rood oostind,  De lakens worden per stuk genoemd met prijs. 

kruidenwinkel:
Tee, Coffijbonen, Candij, Witte suiker, Specerijen, stijfsel en pruimen, olij, azijn, zeep en zoud, teijlgoed, papijr en tweebakken, gort en meel.
 Per hoeveelheid genoemd met prijs.

 

De overledene lijfstoebehoren bestaande in wollen en linnen konnende door de pupille niet gebruikt worden, an de grootmoeder verkogt voor ƒ200,-.  Tot dienste van de pupille gehouden 1 gouden oorijzer, 5 1/4 loot, 1 paar gouden haak en ooge, 1/4 loot, 2 streng rode coralen, met goudenslotten, 1 silver bijter met gelt 15L, 1 beugel 10 loot, 1 silver mesje 4 loot,

Vervolgens wordt de eindberekening opgesomd en geeft Tonnis nog een toelichting:

 

Profijtel; Staat
1e ƒ5707,-
2e ƒ122,-
3e ƒ183,-
4e ƒ121,-
5e ƒ969,-
6e ƒ1205,-
7e ƒ636,-
8e ƒ373,-
9e ƒ621,-
10e ƒ349,-
Prof. Staat ƒ10288
Schad. Staat ƒ8323
Meerder profijt ƒ1965,-
Koomt de pupille ƒ982,-

 

 

Waarde in 2018
€    60 222,77
€       1 277,77
€       1 916,66
€       1 267,30
€    10 148,85
€    12 620,60
€       6 661,16
€       3 906,62
€       6 504,06
€       3 655,26
€ 107 751,63
€    87 171,15
€    20 580,48
€    10 285,00

Toelichting Tonnis
Vorenstaende staat en inventarium

door mij ondergeschreven, na beste
wetenschap op en overgegeven, dog
door menschenlijke swakheid iets te veel
of te min gestelt zijnde, neme aan
sulks ten allen tijden, zoo wel in 
schade als bate, te veranderen en ben
bereid 1 des hoofds 1 delen met eede
te corrobereren oirconde mijne ver
tekeninge altiem delfzijl den 28 may 1768


Was getekend Teunis Wijndels

 

 

 

Tonnis treedt op 1 mei 1768 opnieuw in het huwelijk met Jantje/jantjen/Jantien Houwin(c)k uit de vermogende Houwink familie. De ouders van zijn overleden eerste vrouw treden op als stiefouders en voormond.  Een voormond is  een voogd over een onmondige of minderjarige, belast met het beheer van diens goederen en/of met zijn opvoeding.

Bruid
Jantjen Houwink
Bruidegom
Tonnis Wijndels


Bruids zijde
Albertijn Carssens - moeder
Sijpke Oltkamp - zwager
Trijntijn Houwink - zuster
Hinderkjen Houwink - zuster
Roeleff Houwinck - broer

Bruidegoms zijde
Arnuldus Willems Wijndels - broer
Hilligijn Jans - aangetrouwde zuster
Marten Waalkes - zwager
Hilligijn Willems Wijndels - zuster
Christoffer Jans - stiefvader en voormond
Geertje Wierts - moeder
Jan Jans Winter - vreemde voogd
Bougijn Schortinghuis - vrouw van Jan Jans Winter

Het gezin breidt al gauw uit.  Tonnis en Jantien krijgen de volgende kinderen:

Hinderk geboren in 1769 (Genoemd naar een broer van Tonnis, havenmeester Noorderhaven in Groningen)
Arenoldus geboren in 1771 (overlijdt na 7 dagen)
Arenoldus geboren in 1772 (genoemd naar een broer van vader Tonnis. Hij overlijdt in 1792)
Roelf geboren in 1774 (genoemd naar een jongere broer van moeder Jantjen)
Fennegijn geboren in 1776 (Moeder van Teunis Bos en vernoemd naar grootmoeder aan vaderszijde)
Albertjen geboren in 1779 (Vernoemd naar grootmoeder aan moeders zijde)

Tonnis en Jantjen zijn betrokken bij diverse huwelijken. Daarnaast kom ik hen tegen bij diverse aankopen en verkopen van onroerende goederen. In 1792 wordt Tonnis nog een keer vermeld als lidmaat.  1792 den 20 September zijn deze volgende Ledematen in de eerste visitatie bevonden te Delfzijl.  X36. Tonnis Wijndelts, koopman, vertrokken (Naar Groningen).  Tonnis en Jantien verblijven daar op het Damsterdiep waar later ook hun zoon Roelf woont.

In 1797 moet Tonnis voor het gerecht verschijnen. Jan Scholten, Jan vd Schuur en Schipper Wijndels verstoren de rust in  herberg de Grote Toelast. Op 23 oktober 1798 overlijdt Jantien Houwink. Wanneer Tonnis is overleden, heb ik niet gevonden.  Het zal in die tijd gewoon zijn geweest dat alleen de zonen in aanmerking komen voor het verkrijgen van een erfdeel. Dochters Fennegijn en Albertjen zullen hiervan niets zien. 

 

 

I) Teunis Bos & Thomasje van Joost

1e generatie Bos in Nederlands Indië

 

In het Nationaal Archief speur ik in een namenlijst van KNIL militairen aangenomen in Nederland. Ik vind een Tunnis Bos in inventaris 322 met inschrijfnummer 7440. Ik krijg wederom een groot stamboek voor mijn neus. Ongeduldig blader ik naar de betreffende pagina. Tussen andere namen vind ik de zijne, zijn voornaam geschreven als Teunis. Ik tel vijf kolommen met informatie. In de eerste kolom vind ik, net als op het extract van zoon Theodorus, zijn ouders terug. Zijn vader heet Jan. Mijn vader schudt zijn hoofd. Jan! Hoe Hollandser kan het zijn! Ik zeg dat we eerst nog moeten zien of dit de juiste kandidaat is. Moeders naam is Fenna Wijndels. Deze Teunis blijkt geboren in Rendsburg, dat in 1810 nog bij Denemarken hoorde. Zijn laatste woonplaats is Groningen. Volgens mij hebben we je VOC kapitein te pakken! Zeg ik gekscherend tegen mijn vader. Deze Teunis komt in ieder geval uit Groningen. In dezelfde kolom staat beschreven dat hij 1 el, 6 palmen, 5 duimen en 5 strepen lang was. In 1832 kan dat een op een worden vertaald naar meters en centimeters. Hij mat dus 1 meter 65,5 meter. Zijn signalement wordt eveneens beschreven. Een breed aangezicht, rond voorhoofd, donkerblauwe ogen, een dikke neus, ordinaire mond te lezen als gewoon, een ronde kin. Het meest belangrijke is dat er staat vermeld dat deze Teunis afgaat te Batjan in 1864. Dat maakt deze kandidaat behoorlijk  geloofwaardig. Theodorus lijkt echter niet op zijn vader. Deze Teunis meldt zich op 30 april 1832 als emplaçant bij het leger in de plaats van ene Jacobus Anthonius Maria Zanino van de lichting van 1832 uit de provincie en gemeente Groningen. Hij wordt geplaatst bij het achtste deel Infanterie en op 4 juni ingedeeld bij het 1e Bataljon Jagers voor zes jaar dat onderdeel is van het in België ingezette mobiele leger in 1832, 1833 en 1834. Als er zes jaren vol avontuur voorbij zijn tekent Teunis weer bij. Hij meldt zich opnieuw aan bij de nationale militie als vervanger van een zekere Jan Derks Poelman van de lichting van 1839 uit de Provincie Groningen, gemeente Leens. Opnieuw gaat hij een dienstverband aan voor zes jaar bij de Staats Armee. Op 15 september 1839 wordt hij ingedeeld bij het 1e regiment Infanterie. Hij behaalt de 2e schietprijs op 5 september 1845. Dan begint hij een nieuw avontuur. Teunis bevindt zich in Harderwijk. In de Smeepoortstraat in Harderwijk in het vroegere Clarendalgebouw huisvest zich dan het Koloniaal Werfdepot. Hier in dit gebouw werden militairen in zo´n zes weken voorbereid op hun dienst in Nederlands Indië, waar men een groot tekort aan personeel had.  Eenmaal op weg naar de oost werd men van het Ministerie van Oorlog automatisch overgedragen aan het Ministerie van Koloniën. De geronselde militairen kregen voor het ondertekenen van een contract veel handgeld, dat tijdens de Atjeh oorlog soms wel opliep tot wel 300 gulden. Daar werkte een gewone arbeider vaak een heel jaar voor. Dat geld werd er tijdens de opleidingsweken vaak flink doorheen gejaagd. Zo ontstond in Harderwijk een uitbundig uitgaansleven ten voordele van de vele café en bordeelhouders, maar een doorn in het oog voor de streng gelovige Harderwijkers. Het werfdepot trok lieden aan uit alle windstreken en werd dankzij dit depot ook wel denigrerend het gootgat of riool van Europa genoemd. Het Indisch leger leek in het begin wel een vreemdelingenlegioen. Naast de vrijwilligers van eigen bodem meldden zich onder andere Belgen, Duitsers, Fransen en Zwitsers.

 

Het schip de Margaretha brengt Teunis en zijn nieuwe collega´s op 5 oktober 1848 van Harderwijk naar Hellevoetsluis. Daar wacht hen het speciaal voor de Oost-Indiëvaart gebouwde snel zeilende barkschip de Kolonel Koopman, een 13 jaar oude, gekoperde tweedeks bark, 36 meter lang, 9 meter breed en 6 meter diep. Kapitein Harm Geerts Pott voert onder rederij Cornelis Smit te Alblasserdam, kapitein J.J. Klein en zijn manschappen de haven van Hellevoetsluis uit op 14 december 1848. De scheepstijdingen in de krant melden dat op 15 december het schip geankerd ligt voor het eiland Noord pampus. Op 17 december meren ze aan in Cowes. Op 21 december wordt op 47° 40' noorderbreedte en 7° 20', Bretagne westerlengte, zo´n 200 kilometer van de kust van het schip Kolonel Koopman gepraaid ofwel aangeroepen door een ander schip.  Op 8 april 1849 vaart het schip de haven van Batavia binnen en wordt er ter rede gemeld op 21 april. Eenmaal op de plaats van bestemming, wordt Teunis op 9 juni ingedeeld bij het 1e regiment infanterie. Op 15 oktober 1851 wordt Teunis bevorderd tot de rang van korporaal. De zes dienstjaren waarvoor Teunis in Harderwijk tekende lopen tegen hun einde. Teunis tekent op 24 oktober 1854 bij voor nog eens zes jaar en wordt ingedeeld bij het 4e bataljon infanterie. 1856 is een jaar waarin Teunis al eerder een bronzen medaille mocht ontvangen en nu een zilveren medaille krijgt uitgereikt op 1 juni om 17 dagen later bevorderd te worden tot sergeant. Door reorganisatie wordt het 4e bataljon infanterie op 1 november1856 met het 2e bataljon samengevoegd. Het jaar daarop wordt Teunis overgeplaatst naar de Molukken, waar hij de verschillende forten bewaakt. In 1861 is hij civiel en militair posthouder te Batjan. Naast het fort bevindt zich het christenkampement Labuha waar zich de familie van Joost beweegt. Hier wonen de Hollanders en Indische Europeanen. Teunis moet dan kennis hebben gemaakt met onder andere Jan van Joost en zijn vrouw Fientje, en hun dan 28 jarige dochter Thomasje. Haar eerdere relaties hadden haar vast gebracht naar de eenzame status die ze nu had. Of misschien was er simpelweg geen man. Labuha is maar klein. Gelukkig deed zich een gelegenheid voor in de vorm van de kersverse wel al op leeftijd zijnde Groningse militair. In 1862 tekent Teunis voor nog 2 jaar bij. Thomasje is dan al zwanger. Het werk brengt het gezin naar Ambon stad waar Thomasje in april bevalt van een jongetje. Teunis is op dat moment niet in de stad werkzaam. Volgens officiële aangifte zag op 22 april een kind van het mannelijke geslacht het levenslicht. Theodorus Wilhelmus werd geregistreerd onder de familienaam van Joost. Eenmaal terug in de stad werd vader Teunis alsnog verzocht zijn kind te erkennen zodat het voorgoed de familienaam Bos kon dragen. Met een kersvers gezin en een lichaam dat niet meer zo wil als vroeger vind Teunis het wel welletjes. Op 13 september 1864 zet Teunis zijn handtekening om het Koninklijk Nederlands Indisch Leger definitief te verlaten. ’t Is mooi west! Het levert hem een pensioen van jaarlijks 213 gulden. Uitbetaald te Batjan. In de kantlijn van het boek staan overigens 2 medailles genoemd. Een bronzen en een zilveren. Wat een held dacht ik! Maar deze medailles blijken te staan voor 12 en 18 trouwe dienstjaren. Wanneer Teunis precies is gestorven is niet duidelijk. Ook van Thomasje is dat niet duidelijk. Samen kregen zij geen kinderen meer. Hun enig kind had op het eiland natuurlijk weinig mogelijkheden. Er stond welgeteld 1 school. Goed onderwijs en verzekering op werk was er niet. Een onderzoek naar de mogelijkheden van Batjan mondde in 1864 uit in een zoektocht naar grondstoffen en de aanleg van plantages. Dit heeft echter nooit grote vormen aangenomen. De beslissing die de familie nam voor de jonge telg om hem naar het Korps Pupillen te Gombing te sturen was in hun ogen de beste.

Onder een gedeelte van het extract uit het stamboek van het Koloniaal Werfdepot.

Onder een schilderij van de bark de Kolonel Koopman (links) en het fegatschip Nieuw Holland in het kanaal. Het schilderij
hangt in het Scheepvaart museum en is geschilderd door Jacob Spin. 

II) Theodorus Wilhelmus Bos & Markamah

 

Van mijn overgrootvader heb ik bij de start van dit onderzoek slechts een overlijdensakte. Het verteld me dat hij is overleden te Malang op 28 mei 1932. Het zegt ook dat hij de echtgenoot (suami) was van Markamah, hoewel ik weet dat ze niet waren getrouwd. Hij is geboren te Amboina. Ook weet ik dat hij gepensioneerd sergeant is van het KNIL. Ik weet niet meer waar ik die informatie vandaan heb. Met dat laatste gegeven wend ik mij tot het Nationaal Archief om iets van zijn militaire carrière terug te vinden. Daar vind ik een extract uit de militaire Oost Indische stamboeken. Het extract is in drie kolommen verdeeld. De linkerkolom onthult de namen der ouders, datum van geboorte, geboorteplaats, laatste woonplaats en signalement:

Vader:                                     Tunnis
Moeder:                                 Thomasje van Joost
Geboren te:                           Amboina (Ambiona)
Den:                                         22ste april 1862
Laatst gewoond te:          Ternate (Ternate)
Aangezigt :                           Rond
Voorhoofd:                           Breed
Oogen:                                    Grijs
Neus:                                       Gewoon
Mond:                                     Idem
Kin:                                          Rond
Haar:                                       Donkerbruin
Wenkbraauwen:                Idem
Merkbare teekenen:         Vooruitstekende snijtanden
Lang:                                       1,583 meter 

Naast de namen van zijn ouders, begrijp ik dat hij in Ambon stad is geboren en dat zijn laatste verblijf in Ternate stad moet zijn geweest. Ik mis Batjan, de genoemde plaats van herkomst op het warga negara formulier van zoon Willem. De middelste kolom vertelt iets over wanneer en op welke wijze in dienst getreden, Omschrijving van zijn aangegaan accoord en verdere militaire loopbaan:

31 Januari 1870 Bij het Corps pupillen aangenomen ingevolge de beschikking van het Departement van Oorlog, dd 22 september 1869 Ie Afdeling Kabinet 2 - onleesbaar- Zijnde afkomstig van Ternate 10 Juni 1881 Bij het leger ingedeeld voor tien jaren zonder premie en geplaatst als verkenner 3e klasse bij het wapen der Genie [Zie N1023 op het stamboek van

het Corps Pupillen] -handtekening-

Bij Gouvernemente besluit dd 4 Juni 92 Gegageerd met s'jaars f 340 24 Juni 1892 Malang

Conform het stamboek bij het departement van Oorlog.  De stamboekbeheerder

De derde kolom vertelt iets over gedane veldtogten, versierselen, bekomen wonden, en uitstekende daden. Wanneer en op welke wijze afgegaan.Wat er staat heeft geen betrekking tot wat er zou moeten staan. [onleesbaar] 11766 O.O.I. [onleesbaar] ddo. Mei 1953 omtrent geboortegegevens aan Neerlandia Djakarta.

Onder het extract uit het stamboek van het Korps Pupillen:

Ik had een lange militaire carrière verwacht maar al in 1892 zwaait hij, amper 30 jaar oud, al af. In tegenstelling tot zijn eigen keuze om het KNIL te dienen, blijkt hij dus op zevenjarige leeftijd naar het korps pupillen te zijn gestuurd. Als ik me verdiep in dat korps pupillen begrijp ik dat vele kinderen van militairen naar midden Java werden gestuurd om in het fort Generaal Cochius, later fort van der Wijk te Gombong opgenomen te worden in het Pupillenkorps om een gedegen tienjarige opleiding te krijgen met een verplicht en dus gegarandeerd dienstverband van tien jaren daarna en zicht op werk, meestal bij de militair topografisch opname of de Nederlands Indische Spoorwegmaatschappij. Het korps dankt zijn bestaan aan de humaniteit van Luitenant-kolonel Lutzow, die het halverwege de negentiende eeuw opnam voor de in de kampong rondlopende ouderloze afstammelingen van Europeanen. Het Indisch Gouvernement hierop attent gemaakt nam hij de verzorging van deze kinderen op zich, kazerneerde, kleedde, voedde en onderwees hen. Hij maakte er een compagnie van en schreef een reglement. Het lichtblauw geschilderde fort bevindt zich zoals in een artikel uit de Javabode van 24 februari 1869 beschreven wordt, 42 palen westwaarts van Kedongkebo. Even voor paal 41 westwaarts van Poerworedjo aan de rechterkant van de grote militaire weg, verbergt het toen blauwe, maar sinds 1999 roodgeschilderde zeshoekige gebouw zich achter kanarie en kokosbomen. Een grote poort leidt tot een vijfhoekige binnenplaats waar boven de poorten de  namen van de verschillende onderwijszalen te lezen zijn zoals de tekenzaal, leeszaal en schermzaal. In de tekenzaal hangt het vol met topgrafische en bouwkundige tekeningen, waarop de vorderingen van de leerlingen te zien zijn. De kinderen worden door zes onderwijzers, onderofficieren met een verplicht onderwijzersdiploma 3e rang, onderwezen in Aardrijkskunde, geschiedenis, rekenen, lezen, schrijven, tekenen, dansen, schermen en gymnastiek. Zij staan onder leiding van 4 luitenants waarvan 2 doorgaans 1e luitenants tegelijkertijd compagniecommandant. De lessen begonnen 7:00 uur in de ochtend en duren tot 15:00 in de middag met een onderbreking van11:00 tot 13:00 uur. De pupillen zijn vrij van lessen op zon en feestdagen. Onvermogende ouders kunnen hun kinderen gratis in het gesticht laten opnemen van hun 7e tot hun 14e jaar. Kinderen van betalende ouders (naar vermogen) worden van hun 7e tot hun 10e toegelaten. De slaapzalen zijn ruim en luchtig. Iedere pupil slaapt in een ijzeren krib zonder klamboe met strozak, hoofdkussen en linnen sprei. Ze hebben een kistje voor het opbergen van hun onderkleding en een plank boven het bed voor hun bovenkleding en politiemuts. De kleding van de pupillen bestaat uit een ruime blauw drillen pantalon, dito kiel met leren riem om het lichaam. Daaronder draagt men een wit katoenen hemd met omgeslagen boord, schoenen leer of witte dril, kousen een naar het Nederlands model gemaakte politiemuts afgezet met gele biezen. Het dagelijkse ontbijt bestaat uit rijstpap met stroop om 6:00 uur in de ochtend. Om 10:00 uur wacht hen vleessoep met een flink stuk rundvlees, sajoer, sambal en rijst. Om 17:30 wordt hen hetzelfde behalve de soep opgediend. Tussen en na afloop van de lessen spelen de pupillen op de binnenplaats of in de rond het fort aangelegde tuinen. Buten de poort bevindt zich een zwemkom waarin dagelijks om 5:00 uur in de ochtend en om 16:30 uur onder toezicht van de sergeant wordt gebaden. De pupillen worden verdeeld in 2 ploegen en mogen 5 minuten in het water blijven. Op het binnenplein bevind zich een warung. De kinderen kunnen hier van hun zakgeld, een aantal centen per maand, besteden aan snoep en andere lekkernijen. Het gesticht kent ook een muziekkorps en speelt men er toneel. Er is ook een strafschool waar een gestrafte pupil 2 a 3 uur na moet blijven zonder eten. Straffen gebeurt eventueel met enkele slagen met de slof op het lichaam en bij ernstige gevallen vind de afstraffing en public plaats met de rotting, een stok of samengebonden stengels van de rotanpalm. De pupillen ontvangen naar leeftijd zakgeld. Pupillen die op hun achttiende ongeschikt zijn om als schoenmakersknecht bij het leger te dienen, of niet al eerder bij een werkgever zijn opgenomen, moeten zich verplicht verbinden als soldaat voor een tijd van tien jaar. In de praktijk wordt de pupil rond zin 14de of 15de gevraagd of hij een verbintenis wenst aan te gaan als soldaat of dat hij zich een betrekking in het burgerleven wenst. Het korps herbergt pupillen uit alle lagen van de bevolking. Naast een soldatenkind, zoon van een klerksweduwe of bataljonchef, vind men ook de kinderen van ambtenaren, rijke kooplieden en kinderen van residenthuizen. In 1869 verschijnt een kritisch artikel in het blad de Locomotief over onder andere de bedenkelijke hygiëne op de school en de slechte gezondheid van de pupillen. Veel pupillen zouden er in die jaren last hebben van een oogziekte, te wijten aan salpeter uitwaseming uit de vochtige muren, maar de verantwoordelijke gezondheidsarts vond dat overdreven. Uit de feiten blijkt dat bijvoorbeeld op 1 februari 1869 slechts 5 van de 400 pupillen onder behandeling staan. Ook wordt er door een vader van een leerling van 9  gerept over mishandelingen van jonge pupillen door de ouderen, waar ongetwijfeld zijn zoon, in dit geval slachtoffer, ook aan deel zal hebben genomen. Dit te wijten aan het wacht doenend personeel dat bestaat uit de leerlingen zelf, gebrek aan surveillance door onder officieren na afloop van dienst omdat zij elders de nacht doorbrengen. Onderwijzer te Gombong J.N. Wan schrijft een stuk in de Java bode van 27 maart 1869 waarin hij het opneemt voor het korps. In een ander artikel is de post onderwerp van gesprek. Brieven van ouders aan hun kinderen en vice versa doen er vaak langer over dan en jaar of komen helemaal niet aan. Zodoende wordt vermoed hiermee de situatie van de kinderen en wat zij hiervan proberen te communiceren richting ouders te verbergen. Leerlingen genieten wel verlof. Het korps telt op 7 mei 1870 403 pupillen. Een maand daarvoor waren dat er 408.

 

Na tien jaar opleiding, wordt Theodorus volgens extract uit het stamboek geplaatst als soldaat 3e klasse bij het wapen der genie te Fort Willem I in Ambarawa. Op het extract wordt naast zijn signalement ook zijn lengte vermeldt. Theodorus mat 1m58. Ik vind hem klein van stuk. Zijn zoons moeten alle vier tegen de 1 meter 80 zijn geweest. Het wapen der Genie is sinds 1870 onderheven aan een grondige reorganisatie. Er kwam te Willem I een depot voor geniewerklieden en het Topografisch Bureau en Militaire Verkenningen werd opgericht. Na de Atjeh expedities levert de Genie een permanent detachement te Atjeh dat zich voornamelijk bezighoud met de bouw van de Atjeh tram, de bentengs voor de linie van Pel, nieuwe barakken en bivaks, waterputten, bruggen en dergelijke. Vanaf 1879 wordt het permanente detachment te Atjeh officieel de 3e compagnie genoemd. De staf,  1e en 2e compagnie gelegerd te Willem I. Omstreeks 1892 worden de 1e en 2e compagnie uit Willem 1 tijdelijk geplaatst te Malang. Het is hetzelfde jaar waarin Theodorus zijn verplichte 10 dienstjaren heeft uitgezeten. Vanuit Willem I verhuist hij naar Malang en op 4 juni zwaait hij daar af met een pensioen van 340 gulden per jaar.  Op 7 november 1896 verschijnt een bericht in het Samarangsch Handels/ en advertentieblad de Locomotief, dat aangetekend is dat de Malangse Stoomtrammaatschappij de aan haar overgedragen vergunning en het waarborgkapitaal heeft geaccepteerd voor het aanleggen en exploiteren van een lijn van Malang over Gondang Legi tot Dampet. Het hoofdbureau bevindt zich in Malang, net als de werkplaats voor het materieel. In Gondang Legi bevindt zich een subdepot. De tram bestaat uit een zware vierkante tramlocomotief en vier vierassige rijtuigen. Het is niet precies duidelijk waar hij zijn werkzame carrière in het burgerleven van Malang is begonnen. Wel is terug te vinden dat hij in ieder geval sinds 1903 in dienst is bij de Malangse Stoomtram Maatschappij. In de adressenlijst van dat jaar staat hij genoteerd met ST achter zijn naam en Gondaglegi. In 1908 en 1909 is hij, zoals ik al eerder vermelde, hoofdopzichter weg en werken en wordt hierom genoemd in de almanak naast de Commissarissen, Directeur, Hoofdvertegenwoordigster Ned. Indië, Chef aanleg en exploitatie en chef tractie en werkplaatsen. Als 55 de pensioengerechtigde leeftijd was moet Theo in 1917 zijn gestopt met werken. 

Bouw van een halte van de Malangse Stoomtrammaatschappij (MSM), foto: Leiden Universiteit. 

Malang kende een uitgebreide tramlijn. Deze tramlijn sloot aan op het treinstation van Malang. De Malangse Stoomtram Maatschappij ofwel MSM was een privaat bedrijf dat in 1996 werd opgericht.  Het nodige kapitaal werd ia aandelen vergaard tot een bedrag van ƒ 1.800.000,-. Dit bedrag liep fors op door diverse onteigeningskwesties vertragingen mbt de afgifte van goedkeuringen.  Een extra ƒ 1.500.000,- moest worden bijgelegd en het trace werd ingekort. Op 4 november 1897 startte men met de bouw.  De totale spoorlengte bedroeg 85 kilometer.  Naast het vervoeren van passagiers en het verbinden van de verschillende districten met de Staatsspoorwegen, werden ook diverse goederen vervoerd. Trajecten:

  • van Station Malang naar Bululawang station (11km),  geopend op 14 november 1897.
  • van Bululawang station naar Gondanglegi station (12km), geopend op  4 februari 1898.
  • van Gondanglegi station naar Talok station (7km), geopend op 9 september 1898.
  • van Talok station naar Dampit station (8km), geopend op 14 januari 1899.
  • van Gondanglegi station naar Kepanjen station (17km), geopend op 10 juni 1900.
  • van Tumpang station naar Singosari station (23km), geopend op 27 april 1901.
  • van Station Malang naar Blimbing Station (6km), geopend op 15 februari 1903.
  • van Sedayu station naar Turen station (1km), geopend op 25 september 1908.

Het hoofdkantoor van MSM stond in Amsterdam. De organisatiestructuur van de trammaatschappijen op Java was identiek. Elk bedrijf kende vier afdelingen: Administratie en Controle, Weg en Werken, Tractie en Vervoer. (Theodorus was hoofd weg en werken in 1908 en 1909). De chefs van de exploitatie hadden, door de langzame communicatie met Nederland, een behoorlijk zelfstandige functie. Het kaderpersoneel was Europees (grotendeels Nederlands), de lagere rangen werden door inlands personeel bezet. Het vervoer van passagiers liep , door de komst van motorvoertuigen, in de jaren '30 fors terug.  Sinds de jaren '80 is de tramlijn niet meer in gebruik.

 *Bronnen: 
http://malanghoek.blogspot.com/2016/09/the-nostalgia-train-of-malang-stoomtram.html
Nationaal archief:  http://proxy.handle.net/10648/8e03f640-f3a7-448d-8644-5ba21c5d89f5

 

Kaart met de tramlijnen rondom Malang:
Bron: http://searail.malayanrailways.com/PJKA/Malang%20Tramway/MSM.htm

 

Aandeel MSM van 1000 gulden
bron: http://www.oude-aandelen.nl/spoorwegen.html

 

Het Malang rond de eeuwwisseling breidt uit en het dorpje Oro Oro Dowo dat zich tussen deze beek en de rivier Kali Berantas bevindt, krijgt een lange laan met Europese woningen cadeau. Een van de nieuwe bewoners is Theodorus. Hij brengt een zoon, genaamd Eduard met zich mee. Voor huis en kind moet gezorgd worden. Theodorus kan dat niet zelf als werkende vader.  Huip dient zich aan vanuit de kampong tegenover zijn nieuwe huis. Ik neem aan dat het de ouders van Markamah moeten zijn geweest.  En zij brachten wellicht hun dochters mee voor nog meer hulp en misschien wel voor een betere toekomst van 1 van hen. Nou dat pakte dus goed uit. Markamah beviel in 1908 van hun eerste zoon Willem, het jaar daarop gevolgd door nog een zoon die de namen Arie Armand kreeg. In 1911 werd dochter Louise geboren. In 1915 dochter Marie. Nakomertje is dochter Hetty. Als Theodorus 69 jaar oud is, wordt hij toch nog een keer vader. Zoon Paul Henri ziet het levenslicht ion de zomer van 1931.  Theodorus maakt deze jongste telg nog maar een jaar mee. Hij overlijdt op 31 mei 1932. 

 

 

Vragen en reacties op deze pagina kunnen hieronder geplaatst worden: